Nieuwsbericht

Uit het Archief van Heemschut: Heemschut en Brielle

Brielle was na de verovering door de Geuzen in 1572 de eerste ‘vrije’ Hollandse stad, iets wat nog elk jaar op 1 april door de bewoners van het stadje wordt gevierd.

Uit het Archief van Heemschut: Heemschut en Brielle


Heemschut heeft de jonge kunsthistoricus en mediëvist Floris Harskamp gevraagd te duiken in ons archief en dit te koppelen aan een recente gebeurtenis. Harskamp toogt zo vlak voor 1 april naar Den Briel of Brielle, het met vaderlandse gechiedenis behepte stadje. Daar raakt hij onder de indruk van de Groteof St Catharijnekerk en zijn majesteuze toren. Hij kan niet anders dan instemmen met allen voor hem die o.a. in het Heemschut tijdschrift hierover berichtten. Wat staat deze kerk er mooi bij. Restauraties zijn goed geslaagd.  Monumentenzorg kan op een prachtig werkstuk terugzien!

Op 1 april verloor Alva zijn bril een bezoek aan het vestingstadje Brielle

Floris Harskamp

Velen zullen zich deze uitdrukking nog herinneren. We gaan terug naar een roerige periode in de Vaderlandse Geschiedenis: De Tachtigjarige Oorlog. We schrijven het jaar 1572, wanneer een groep watergeuzen, onder leiding van Willem II van der Marck (1542-1578, beter bekend als Lumey van der Marck), eind maart gedwongen uitvaart vanuit Dover, komen zij door een ongunstige wind in de Maasmonding terecht en zien zo ‘toevallig’ het Hollandse stadje Den Briel liggen. Het verhaal gaat dat voerman Jan Coppestock (in oudere tradities vaak foutief gespeld als CoppeLstock) de vloot van Lumey ziet liggen en vraagt om zij het stadje soms komen bevrijden? De dan al notoire geuzenkapitein antwoordt negatief. Als Coppestock Lumey echter verzekert dat de stad een minimale bezetting aan Spaanse troepen heeft, gaat de snoodaard overstag. Op 1 april 1572 schreeuwen de geuzen voor de poorten van de stad: IN NAAM VAN ORANJE DOE OPEN DE POORT. [1]) De gezagsgetrouwe burgermeester Koekebakker en het stadsbestuur weigeren, omdat zij de reputatie van de geuzen kennen en een algehele plundering van hun stad vrezen. De geuzen rammeien daarop de noordelijke stadspoort en stromen de stad in. Met de weinige Spaanse soldaten worden korte metten gemaakt, slechts één geus sterft tijdens de schermutselingen (Hans Onversaegt, ligt begraven in de kerk). Over de gruweldaden van de Martelaren van Gorcum is het wellicht beter om hier te zwijgen...

Als de hertog van Alva het nieuws over het verlies van Den Briel ter ore komt, zou hij schouderophalend hebben gezegd dat de stad niet van noemenswaardig belang zou zijn. De Opstand verspreidde zich nochtans vlugger dan Alva ooit had kunnen vermoedden. Den Briel werd zo de eerste ‘vrije’ Hollandse stad, iets wat nog elk jaar op 1 april door de bewoners van het stadje wordt gevierd.

U begrijpt dat ik vanwege mijn achtergrond getracht heb historische stiptheid na te streven. Iets wat niet alleen bemoeilijkt wordt door de negentiende eeuwse romantiek en haar invention of tradition, maar ook door de verschillende auteurs die elkaar te vuur en te zwaard bevechten om de mate van historische authenticiteit van bovenstaande verhalen te staven. J. Klok schreef in 1961 de volgende woorden in eenzelfde trant: Voor velen in den lande heeft Den Briel een klank, die zwaar gezwollen is tot overmaat aan historische fantasie.’ [2]

Grote of Sint Catharijnekerk

Laten wij kijken naar de nog zichtbare delen van het verleden van de stad. Na de auto te hebben geparkeerd op de Turfkade, lopen wij via de Varkenstraat en het Heultje zo naar het Catharijnehofje met in het midden haar pronkstuk: De Grote (of Catharijne) kerk. Een echt voorbeeld van de wonderschone ingetogen Brabantse gotiek. Men vermoedt dat het hier gaat om een proeve van de bekende Brabantse bouwmeester Everaert Spoorwater (+1474). Die vooral bekend is geworden door de OLV kerk te Antwerpen, de Grote kerk van Dordrecht en delen van de Bavokerk in Haarlem (zijn werkveld spreidde zich van Brabant, Zeeland naar Holland uit).

De herbouw van de toren en het schip vonden plaats tussen 1456 en 1482, toen was het geld op… De Catharijnekerk die soms ook wel de Dom van Brielle wordt genoemd, zou namelijk de grootste kerk van de Noordelijke Nederlanden worden (wat klaarblijkelijk niet gelukt is).[3]

De kerk heeft de zogenaamde bouw van een kruisbasiliek, met een driebeukig schip en een ingebouwde toren van vier geledingen. De beuken worden gescheiden door flinke zuilen met twee rijen alternerende koolbladornamenten in de stijl van de Brabantse gotiek (vandaar dat het ontwerp aan Spoorwater wordt toegeschreven). In de toren hangt een prachtige laatmiddeleeuwse klok van de gieter Butendiic (1482). De blinde oostelijke muur dateert uit de eerste helft van de 16e eeuw. [4]

Verschillende restauraties

In 1951 wordt de kerk flink onder handen genomen, tien jaar zou de restauratie duren (de totale kosten waren meer dan 2 miljoen gulden!). In het oktobernummer van 1961 schrijft dezelfde heer J. Klok de volgende enthousiaste woorden

 ‘Over enkele maanden zal de gerestaureerde Sint-Catharinakerk wederom in gebruik worden genomen. Hiermede zal het eindpunt worden bereikt ... Iedereen, zelfs de Briellenaar, is van mening, dat deze restauratie wel op een zeer bijzondere wijze de Grote Kerk in haar vroegere luister heeft teruggebracht.’[5]

Wellicht leuk om hier nog enkele wetenswaardigheden van de Grote Kerk te vermelden: op 12 juni 1572, amper twee maanden na de ‘bevrijding’ van Brielle trouwen Willem van Oranje en zijn derde vrouw Charlotte de Bourbon tijdens een hervormde dienst in de kerk. En op 11 november 1688 wuifde Mary Stuart, echtgenote van Willem III, haar man uit, toen hij naar Engeland toog om de kroon op te eisen.

De laatste restauratie (van de toren, voor de somma van 1,3 miljoen euro) was in 2001, daarmee is de toekomst van de Catharijnekerk gewaarborgd voor de komende decennia en om nog een laatste keer te spreken met de woorden van de heer Klok: ‘Monumentenzorg kan op een prachtig werkstuk terugzien!’

Met Brielle sluit ik mijn periode als ‘columnist’ bij Heemschut af, met veel plezier reed ik kris kras door Nederland, op zoek naar de architectonische krenten uit de pap. Ik dank eenieder die mijn bijdrages las en hoop in de toekomst nog eens iets te mogen schrijven voor U!

 

[1] Of het werkelijk zo gegaan is, valt te bezien. Het liedje is opgetekend in de negentiende eeuw (1871) door A. Schooleman. [FGTH]
[2] J. Klok, ‘Den Briel en haar zorg voor monumenten de laatste honderd jaar’, Heemschut vol. 38 no. 5 (1961) 87-93, aldaar 87.
[3] z.a., ‘Monumentennieuws’, Heemschut vol. 39 no. 1 (1962) 18-19, aldaar 18; Tijdens de restauratiewerkzaamheden bleek dat vijf beuken eens de bedoeling waren ipv drie.
[4] R. Stenvert e.a., Monumenten in Nederland: Zuid-Holland (Zwolle 2004) 99-100; Het oudst bewaard gebleven graf dateert evenzeer uit 1482, het gaat om het graf van brugermeester Matthijs Witte.
[5] J. Klok, ‘Den Briel’, 92.

 

Kijk ook eens op het Heemschut archief.


U kunt Heemschut op diverse manieren helpen. Dit varieert van het lid worden van de bond tot het zelf actie voeren voor bedreigd erfgoed. Daarnaast kunt u Heemschut ook steunen door te schenken of na te laten.

Erfgoedvereniging Heemschut

 Nieuwezijds Kolk 28
1012 PV Amsterdam
 020 622 52 92
 info@heemschut.nl

Volgt u ons al?

Copyright © 2017 Heemschut / e-Vision.nl / Alle rechten voorbehouden.