Langs de Westerschelde verrees vanaf 1866 een heel stelsel van oeverlichten dat het scheepverkeer naar de haven van Antwerpen moesten begeleiden. De aanleg van dit stelsel vloeide voort uit een Nederlands-Belgisch akkoord uit 1865, waarbij werd afgesproken dat Nederland de lichten zou installeren en beheren, maar de België de kosten zou dragen. Dit stelsel is vandaag de dag nog gedeeltelijk intact en vertegenwoordigt als tastbaar cultuurhistorisch ensemble een belangrijk verhaal over de Zeeuws-Vlaamse geschiedenis en de ontwikkeling van de haven van Antwerpen.
Hoewel lichtopstanden geliefde landmarks zijn, staan ze door functieverlies onder druk. Afgelopen jaren zijn diverse lichtopstanden, soms geruisloos, verdwenen. Bijvoorbeeld in Nieuw Neuzenpolder en Margarethapolder. De lichtopstanden zijn in eigendom van Rijkswaterstaat.
In december 2024 heeft Heemschut samen met de Nederlandse Vuurtoren Vereniging een brief gestuurd aan Rijkswaterstaat met de vraag om zuinig te zijn op de Zeeuwse lichtopstanden. We vragen in de brief om helder erfgoedbeleid, en om in gesprek te gaan met de gemeente en erfgoedorganisaties wanneer een lichtopstand wordt afgestoten of gesaneerd. Hiermee zouden we erfgoedzeer in de toekomst kunnen voorkomen.
Gelukkig zijn er ook plekken waar het goed gaat. De lichtopstanden bij Diskhoek en de ‘Sergeant’ bij Zoutelande kregen in 2023 een opknapbeurt. En in 2024 nam de gemeente Vlissingen de iconische lichtopstand op het Keizersbolwerk over van Rijkswaterstaat.
Cookies
Maak een keuze tussen het accepteren van alleen functionele cookies (deze zijn noodzakelijk) en optionele analytics cookies waarmee wij deze website kunnen verbeteren. Lees meer op privacy & cookies.