Het vestingstadje Woudrichem is in de negende eeuw ontstaan op een oeverwal langs de Alm, nu de Bergse Maas. In 1386 begint men met de bouw van een stadsmuur. Door de strategische ligging wordt Woudrichem regelmatig belegerd. Het kies in 1573 de zijde van Willem van Oranje, maar de Geuzen vinden dat de stad onverdedigbaar is en steken deze in brand. Tien jaar later wordt Woudrichem weer van een (kleinere) vesting voorzien.
Woudrichem wordt in 1814 opgenomen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie en rond de vesting mag voortaan niet meer gebouwd worden. De economie van de stad lijdt een kwijnend bestaan. In 1926 worden de bepalingen versoepeld en pas in 1955 wordt de vesting opgeheven.

In de jaren ’70 ligt Woudrichem er vervallen bij: de 36 monumenten binnen de vesting zijn verwaarloosd en ook andere karakteristieke panden verkeren in slechte staat. De structuur van de vesting wordt bedreigd door nieuwbouw.
Ter gelegenheid van het zestigjarig bestaan van Heemschut besluit de Commissie Noord-Brabant Woudrichem te adopteren. Heemschut gaat in gesprek met de gemeente, provincie en de regering over het behoud van het karakter van de stad. Het resultaat is een comité van aanbeveling met als voorzitter Prins Claus, die een gedenksteen onthult aan een van de eerst gerestaureerde panden. Daarnaast wordt Woudrichem in 1972 het eerste project van het Nationaal Restauratie Hulpfonds. In datzelfde jaar krijgt Woudrichem de status van beschermd stadsgezicht.
Meer weten over het herstel van Woudrichem? Bekijk de mini-documentaire.
Cookies
Maak een keuze tussen het accepteren van alleen functionele cookies (deze zijn noodzakelijk) en optionele analytics cookies waarmee wij deze website kunnen verbeteren. Lees meer op privacy & cookies.