De NV Oliefabrieken Insulinde prodcueerde kokosolie in Nederlands-Indië. Deze kokosolie werd van 1913 tot 1922 verscheept vanuit Banyuwangi op Java naar het Cruquiuseiland aan de Amsterdamse Entrepothaven. Vanuit een pompgebouw erd de olie hier uit schepen overgeheveld naar een ketelhuis. De verdere distributie werd geregeld vanuit ‘Huisje Insulinde’, het hoofdkantoor en woonhuis. Het gebrek aan spijsoliën in de Eerste Wereldoorlog leidde tot groei van het bedrijf, dat een eigen vloot kreeg en vestigingen had in Amsterdam, New York en San Francisco. Door het plotselinge overlijden van oprichter Boudewijn Streefland staakte de onderneming vroegtijdig in 1922.
In 2011 ontving Heemschut Amsterdam een Melding bedreigd erfgoed over de oliefabriek. De gemeente Amsterdam was sinds 2010 bezig met de herontwikkeling van dit gebied. Het voormalige industriegebied moest een woonwijk worden. Hierbij zou de zwaar vervallen oliefabriek worden gesloopt.
De oliefabriek stond er inderdaad slecht bij. De ramen waren dichtgetimmerd en er zaten gaten in het pannendak, maar het tegeltableau met opschrift ‘Oliefabrieken Insulinde’ was nog goed zichtbaar. Heemschut Amsterdam klom onmiddellijk in de pen: de aangevraagde sloopvergunning moest resoluut geweigerd worden. Voor ons was het behoud van het karakter en herstel van het industriële erfgoed van groot belang. Dit kon de nieuwe buurt warmte en sfeer geven.
Bij het maken van de plannen had de gemeente de bijzondere gebouwen gelukkig wel in kaart gebracht. Hun positie was echter zwak. Als ze de ontwikkeling van de wijk in de weg zouden staan, was sloop niet uitgesloten. Aanvankelijk dreigde het nog mis te gaan. De toenmalige eigenaar liet de bebouwing verpauperen, mogelijk met sloop-nieuwbouw als doel. Uiteindelijk is het Heemschut Amsterdam gelukt om iedereen te overtuigen van het behoud van de oliefabriek. Omdat met name het huis aan de weg zeer vervallen was, is het deels gerestaureerd en deels herbouwd. Bij de herbouw zijn oude elementen hergebruikt.