Molenmaker Adriaan Nieng uit Hoorn bouwt in 1658 een nagenoeg vierkante houten kerk in Volendam. De kerk heeft dezelfde vorm als de karakteristieke Noord-Hollandse stolpenboerderijen en is bekroond met een klokkentoren. De wanden bestaan uit geteerde planken die dakpansgewijs zijn aangebracht (gepotdekseld).

Op 6 oktober 1954 – precies 296 jaar naar de eerste viering in 1658 – wordt het Stolphoevekerkje weer in gebruik genomen. Bij de viering van het 350-jarig bestaan in 2008 werd Heemschut door de voorzitter van het kerkbestuur nogmaals bedankt voor haar inspanningen.
Cookies
Maak een keuze tussen het accepteren van alleen functionele cookies (deze zijn noodzakelijk) en optionele analytics cookies waarmee wij deze website kunnen verbeteren. Lees meer op privacy & cookies.
Na de Tweede Wereldoorlog was het houten Stolphoevekerkje zo vervallen geraakt dat redding niet meer mogelijk leek. Het kerkbestuur had niet de middelen voor restauratie. Het bestuur spreekt daarom met het Openluchtmuseum in Arnhem af dat de kerk daar een tweede leven krijgt. In ruil daarvoor krijgt de Volendamse kerkgemeenschap materiaal voor een nieuw onderkomen, afkomstig van gesloopt Arnhemse noodgebouwen.
De sloopvergunning lag al bijna op het bureau van de minister, toen de commissie Stad en Dorp van de Bond Heemschut zich met de zaak bemoeide. Voorzitter H.J. Wijtema, burgemeester van Alkmaar, vindt dat het Stolphoevekerkje ter plekke kan worden gerestaureerd. Ook de Volendammers zijn hier positief over. Wijtema overtuigt de minister om de sloopvergunning te vernietigen en het kerkbestuur krijgt hulp bij de financiering.