Aan het eind van de achttiende eeuw ontstaat in Bergen op Zoom een kleine gemeenschap van Joden, die de zolder van de Boterwaag als synagoge gebruiken. Wanneer ze daar niet meer bijeen kunnen komen, bouwen ze met de hulp van een schenking van Koning Willem I een synagoge aan de Koevoetstraat.
De synagoge wordt in 1832 opgeleverd en het volgende jaar ingewijd. Het gebouw heeft een eenvoudige architectuur die krachtig over komt. In de kelder bevinden zich twee rituele baden: één voor de vrouwen en een marmeren bad voor de mannen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt de synagoge door de Duitse bezetter gesloten. De gelovigen worden afgevoerd naar vernietigingskampen. Weinig van hen overleven de oorlog.


De synagoge wordt na de oorlog niet meer gebruikt en raakt in verval. In 1971 komen er signalen dat sloop dreigt. Het verzoek van de Rijksdienst om de synagoge aan te wijzen als monument wordt door de gemeente afgewezen. De synagoge moet worden gesloopt om de bouw van een groot winkelcentrum mogelijk te maken.
Heemschut zoekt meerdere malen contact met de Rijksdienst om de sloop van de synagoge te voorkomen. Ook verontruste burgers komen in protest omdat ze vinden dat Bergen op Zoom de synagoge juist moet koesteren uit respect voor het verleden. Desondanks blijft de gemeente lange tijd vast houden aan de sloop en verwerpt ze de verzoeken van de Rijksdienst om de synagoge aan te wijzen als monument.
Uiteindelijk ziet het college af van de sloop en gaat zelfs over tot restauratie. In 1975 wordt met instemming van de raad de monumentenstatus verleend en de synagoge officieel geopend.
Cookies
Maak een keuze tussen het accepteren van alleen functionele cookies (deze zijn noodzakelijk) en optionele analytics cookies waarmee wij deze website kunnen verbeteren. Lees meer op privacy & cookies.