Afgelopen week deed de rechtbank Midden-Nederland uitspraak over de Bijenschans in Hilversum. De Bijenschans houdt haar monumentenstatus, oordeelde de rechter. Goed nieuws, want de Bijenschans is haar toekomst al bijna drie jaar onzeker. De eigenaren waren voornemens de villa af te breken en er een nieuwe villa te bouwen. Met de monumentenstatus is de Bijenschans nu tegen sloop beschermd.

In 2023 ontving Heemschut de eerste meldingen dat de Bijenschans zou worden gesloopt. Heemschut deed daarop prompt een aanvraag om de villa aan te wijzen als rijksmonument. Intussen vroegen collega’s van het Cuypersgenootschap en de Hilversumse Historische Kring een gemeentelijke monumentenstatus aan. Tot ieders verbijstering wees de gemeente deze aanvraag in eerste instantie af.
Heemschut ging daarom samen met het Cuypersgenootschap, de Hilversumse Historische Kring en de Nederlandse Tuinenstichting in bezwaar. Ook omwonenden spraken zich gezamenlijk uit voor behoud van de Bijenschans. Dit had positief resultaat: in september 2025 wees de gemeente Hilversum de Bijenschans alsnog aan als monument.
Toch bevond Heemschut zich in mei 2026 in de Rechtbank voor een hoorzitting. De eigenaren van de Bijenschans waren het niet eens met het besluit van de gemeente en gingen in beroep. Zij voerden onder andere aan dat zij er op mochten vertrouwen dat de Bijenschans geen monument meer zou worden, na het schrappen van de provinciale monumentenstatus in 2015. De rechter oordeelt anders: aan het besluit van de provincie om de Bijenschans te schrappen van de lijst volgt geen toezegging van de gemeente om de Bijenschans niet monumentaal te verklaren.
De zaak is nog niet volledig afgesloten. De eigenaren kunnen nog in hoger beroep gaan tegen de uitspraak van de rechter. Daarnaast hebben de eigenaren een schadeclaim ingediend bij de gemeente. Maar voor de Bijenschans lijkt het sloopgevaar inmiddels te zijn geweken.

Een brede voorgevel en een speels tafereel aan daken; villa De Bijenschans (1917) te Hilversum is een imposante verschijning. Architect Henk Wegerif (1888-1963) besteedde bovendien niet alleen veel aandacht aan het exterieur. Achter de boogvormige ingang, een vorm die doorloopt in de gangen van de villa, ligt een verrassend en minutieus uitgedacht interieur.
De woonvertrekken en dienstvertrekken zijn in ontwerp strikt van elkaar gescheiden, zo ook de bijbehorende uitgangen. Het indrukwekkende trappenhuis knoopt het geheel in een u-bocht aan elkaar. Een uiterst comfortabel en functioneel woonhuis dus en zeker ook niet zonder decoratieve weelde. Wegerif speelde met patronen van ontbloot baksteen en doorkijkjes van glas-in-lood. Het motief van de bij is op verschillende plekken terug te vinden. De Engelse landschapstuin van tuinarchitect D.F. Tersteeg werd ontworpen in eenheid met het huis.